Zoetermeer Vooruit begrijpt dat de gemeente voor een lastige financiële afweging staat, maar plaatst tegelijkertijd stevige vraagtekens bij het besluit om het peuterbadje aan het Rakkersveld in Palenstein te verwijderen. We zijn kritisch op hoge gemeentelijke uitgaven en stemde eerder ook tegen extra miljoenen voor het nieuwe zwembadcomplex, waarvan inmiddels eveneens blijkt dat er problemen zijn ontstaan. Tegelijkertijd vindt Zoetermeer Vooruit dat voorzieningen in kwetsbare wijken niet te snel mogen verdwijnen.
Voor veel bewoners in Palenstein is het peuterbadje namelijk veel meer dan alleen een speelvoorziening. Het is een belangrijke ontmoetingsplek voor kinderen, ouders en buurtbewoners in een wijk met veel hoogbouw en beperkte privé-buitenruimte. Zoetermeer Vooruit begrijpt daarom de teleurstelling en het onbegrip dat leeft onder bewoners.
Ook zetten wij vraagtekens bij de hoogte van de door de gemeente genoemde kosten. Zoetermeer Vooruit vindt de geschatte investerings- en onderhoudskosten bijzonder hoog en vraagt zich af of deze bedragen realistisch en voldoende onderbouwd zijn. Volgens ons verdient het daarom een zorgvuldige herbeoordeling voordat een geliefde wijkvoorziening definitief verdwijnt.
Juist in Palenstein heeft Zoetermeer Vooruit zich de afgelopen jaren vaker uitgesproken over leefbaarheid en bewonersbelangen, bijvoorbeeld rond rattenoverlast en renovatieproblemen. Vanuit diezelfde betrokkenheid zijn we van mening dat publieke voorzieningen niet alleen op basis van kosten beoordeeld moeten worden, maar ook op hun sociale waarde voor de wijk.
De gemeente geeft aan dat de locatie later opnieuw samen met bewoners zal worden ingericht als ontmoetingsplek. Volgens Zoetermeer Vooruit blijft daarbij wel de vraag wanneer dat “later” precies is, omdat dit in de praktijk nog jaren kan duren. We willen benadrukken dat bewoners niet te lang met een lege plek in de wijk mogen blijven zitten.
Voor Zoetermeer Vooruit raakt deze discussie daarom aan een bredere vraag: hoeveel waarde hecht de gemeente aan leefbaarheid, ontmoeting en voorzieningen in wijken waar die voorzieningen juist het hardst nodig zijn?